Jutters & Putters [uit Quote • 12 september 2017]

Jutters & Putters [uit Quote • 12 september 2017]

Leuk artikel in het Nederlandse tijdschrift Quote dat zich begeeft op het snijvlak tussen zakennieuws en vlotte-mannen-maten-lifestyle magazine.  Onze burgervader wordt gevraagd naar snedige quotes en speelt het spel briljant mee.  Wat smullen ze hiervan!  Lees het volledige artikel hier:

 

Het is de elegantste badplaats aan de Noordzee met een adellijke burgemeester die als een koning regeert. Quote ging uitwaaien in Knokke. ‘Wij zijn de enige gemeente in België die geen leningen aangaat.’

Hij is niet de beste strandjutter van België. Bij zijn voeten ligt een gebroken zonnebril. ‘Mijn fout’, zucht Willy de Pannemaeker in zacht Vlaams. ‘Ik schep nog weleens verkeerd en dan, tsjak, breek ik zo’n bril doormidden.’ Hij staart naar de zee, zijn pech wordt poëzie. ‘De golven maken een diepe buiging voor mijn stomheid, ziet u dat?’ Dan waait ook zijn boerenpet nog af. ‘Maar de wind is woest, zo te merken.’ Soms heeft De Pannemaeker (‘Ge mag Willy zeggen’) meer geluk. Hij tovert een gouden ketting met diamanten tevoorschijn vanonder zijn trui. Er staat een Arabische tekst op. ‘Wat dat betekent? Allah is groot. Nee, ik geloof niet in Allah.’ Hij glimlacht zijn vanillegele tanden bloot en fluistert ondeugend: ‘Ik geloof in goud, meneer. En dat kan ik hier vinden.’ Hier, in deze badplaats, is die ketting trouwens niet gevonden. ‘Hier zijn geen moslims’, vult De Pannemaeker nog snel aan. Nee, hier ligt voornamelijk geld, oud geld, dat via grauwe tweebaanswegen, langs slapende dorpjes als Kalmthout en Wuustwezel, op een luxe strandbed is gerold. In dit rijke badstadje rijden golfkarretjes over kronkelige wegen, die als rivieren door villawijken lopen. De natuur is er nagebouwd, want de natuur is bochtig, nooit recht. Hier winkelt de jetset van de Lage Landen in de beroemde modewinkels, maar loopt iedereen nonchalant-chic in precies dezelfde kleren. Het stadsuniform: een kaki broek, een polo van pure zoetstof – zo vrolijk is de kleur –, een trui over de schouders en een zonnebril op of in het haar. O ja, veel bodywarmers. Hier grommen de nieuwste sportwagens langs elektrische skelters, skateboards en steps over de boulevard. En hier is de grond duurder dan in Parijs. Rijd maar eens door de Boslaan. Daar staan villa’s van tientallen miljoenen euro’s bijna het hele jaar onbewoond, omdat de bewoners wel meer van dit soort paleizen bezitten. En verhuren is natuurlijk not done. Of in goed Vlaams: ‘nie gedaan’. Maar hier is het leven goed, dat is zeker. Hier zijn we in Knokke-Heist, roepnaam: Knokke. HOOGSTE KWALITEIT

Op de Royal Zoute Golf Club parkeert Leopold graaf Lippens zijn wagen bij het bordje ‘President’. Hij is de burgemeester – eentje uit oude stripverhalen, een soort koning van Knokke – en de eigenaar van de golfclub. Zijn familie heerst al eeuwen in deze regio en kocht een groot deel van de grond toen er nog meer konijnen liepen dan mensen. Graaf Lippens (75) is het gezicht van Knokke. Een karakteristiek gezicht waarop diepe rimpels een rijk leven verraden. Hij maakt hier al bijna veertig jaar de dienst uit, liet de badplaats opbloeien volgens zijn wetten en werd blind gevolgd door het volk. Sommige mensen noemen hem zelfs de laatste dictator van Europa, maar die koosnaam lacht hij vrolijk weg.

Het zou niet eenvoudig zijn om Lippens te spreken, werd ons over de burgervader verteld. Een telefoontje naar het gemeentehuis, twee weken voor dit bezoek, was als een frisse duik in het benauwde mediabad van woordvoerders en voorlichters. ‘Hij is momenteel met vakantie, maar ik zal zijn mobiele telefoonnummer geven. Bel hem gerust.’ Een vriendelijk gesprek later was de afspraak gemaakt. Nu prakt Lippens zijn garnalenkroketten en vertelt honderduit over Knokke en de wereld.

Maar vooral over Knokke. ‘Wij zijn de mondainste badplaats aan de Noordzeekust met de hoogste kwaliteit van leven. Dat komt doordat we onze sterke middenstand alle mogelijkheden hebben geboden. Onze 1800 winkels zijn ook in het weekend geopend, we hebben 250 restaurants en 150 kunstgaleries. En vergeet al onze strandtentjes niet. Nederlanders vinden hier wat ze zoeken, en wat ze in Nederland niet hebben. Het is zonde, want jullie hebben dezelfde schitterende kust, maar niemand heeft de visie gehad om er een kwalitatieve badstad als de onze te bouwen.’ Een grote slok bier, dan verder: ‘Wij zijn ook de enige gemeente in België die geen leningen aangaat; wij financieren onszelf met inkomsten uit de gemeente. Alle diensten zijn geprivatiseerd. Planten en bloemen verzorgen? Dat wordt ook uitbesteed, en het werkt fantastisch. We gaan de komende jaren weer voor anderhalf miljard euro investeren in nog meer kwaliteit. Het casino gaat op de schop en we krijgen een nieuw ziekenhuis van 300 miljoen euro.’

In drie happen heeft de Belgische bescheidenheid het verloren van de bruisende trots. ‘We hebben ook geweldige sportwedstrijden. Bill Gates en Roman Abramovitsj komen hier bijvoorbeeld graag naar onze paarden kijken. Heel simpele, aardige mensen zijn dat. Daar kun je prima een avondje mee dineren. Zo zijn er nog veel andere bekenden, maar die zal ik niet noemen.’ Volgens de mythe is Lippens zo gekend dat hij al bij de Kennedy’s thuis op bezoek kwam. ‘Allez, ik heb overal ter wereld gewerkt en veel mensen ontmoet, zonder daar te veel tralala over te doen. Jacky Kennedy heb ik goed gekend en ik ging hier weleens op stap met Ted Kennedy. Hij werd zeker herkend, maar ik blufte altijd: “Wat zou een Kennedy hier nu moeten doen?

Ge moet niet denken dat hij het is.”

Dat vond Ted fantastisch.’

FRIGOBOX

Knokke is van en voor de rich and famous. Vroeger trad Frank Sinatra op in het casino, tegenwoordig fietst de Belgische koninklijke familie naar de strandtentjes voor een gezellige borrel. Logisch dus dat Lippens ooit uithaalde naar de zogeheten frigoboxtoeristen, dagjesmensen die de grandeur en allure teniet kauwden op broodjes kaas uit koelboxen. Hoe burgerlijk. ‘Mais non, dat is verkeerd begrepen. Het ging mij om de vuiligheid die deze badgasten achterlieten op het strand. Die moeten ze wel opruimen, hè.

‘Als Donald Trump hier morgen een potje wil golfen, zal ik hem persoonlijk zijn bal afpakken’

De frigobox an sich is juist een magnifieke uitvinding. Ik heb er zelf een van Louis Vuitton en eentje van Hermès.’

De garnalenkroketten zijn snel op.

‘Laten we een café glacé bestellen, 3000 calorieën, heerlijk.’ Lippens lacht. Hij vertelt graag en zijn verhalen swingen als de betere liedjes uit een jukebox. Over rijke Russen en Chinezen die wellicht zijn stadje zullen overnemen: ‘Welnee, het is hier te koud.’ Over zijn jeugdvakanties in Polen: ‘Met 1000 dollar was ik daar niet de koning, maar de keizer. De meisjes waren onvoorstelbaar schitterend en ik reed een Ferrari, dat hielp ook wel.’ Over sportwagens: ‘Ik heb alle snelle auto’s gehad, maar het interesseert me niet meer. Vroeger kon je 230 rijden, nu krijg je een bon als je 80 kilometer per uur aantikt. Ik heb ze verkocht. Zonde, want mijn Ferrari uit 1959 zou nu zomaar 6 miljoen euro opbrengen.’

Hij wordt even onderbroken als de zoon van voormalig premier Vanden Boeynants aan tafel komt staan. Keurig in pak gestoken begroet hij de burgemeester. Een vlug scanrondje door het drukke clubhuis leert dat er een zeer streng deurbeleid wordt gevoerd. Hier proost de Vlaamse elite, zeker en vast.

‘Ach, er loopt een beetje van alles’, nuanceert Lippens. ‘Wij willen geen zakenclub zijn, maar niet iedereen kan lid worden. Als Donald Trump hier morgen een potje wil golfen, zal ik hem persoonlijk zijn bal afpakken. Onaangenaam figuur.’ Hij zou het doen ook. Ooit weigerde hij al de voorzitter van het wereldwijde concern Bayer een lidmaatschap. ‘C’est vrai. Deze man zou bevriend zijn met François Mitterand en Helmut Kohl. Nou, je m’en fous, die heren kende ik zelf ook wel. Maar hij wilde zo nodig indruk maken. Ik heb hem vijf jaar doen wachten.’ Ook een telefoontje van de Duitse ambassade hielp niets; het maakte de situatie alleen maar pijnlijker. ‘Ik vertelde de ambassadeur dat ik één Duitser per 1000 leden aanvaard. En die had ik al. Mijn golfclub heeft 1500 leden, dus ik rekende snel en zei: “Ik heb nog ruimte voor een halve Duitser. Mocht u iemand kennen wiens benen eraf zijn gevallen, probeer het dan gerust nog eens.” ’ Sterk verhaal? ‘Nee, het is echt waar. Dit is een Vlaamse golfclub, dus ik wil ook niet te veel Hollanders hebben.’

CAYENNES

Lippens komt op voor zijn eigen inwoners, daarom is hij zo geliefd. Bijna bij iedereen. Ooit bakte een politieke tegenstander hem een poets, hier op de golfbaan. ‘Stonden er plots zeven agenten op de stoep. Wat bleek? Dopingcontrole. Bij een puur vriendschappelijk toernooitje van recreanten. Te zot voor woorden. Ik heb niet geplast in zo’n bakje. Sterker nog: ik heb de agenten verteld dat niemand zou plassen. Daar ben ik later nog voor veroordeeld door de rechter. Een voorwaardelijk strafje; nooit meer wat van gehoord.’

De lunch loopt fors uit. Via een perfect uitgevoerde hak-op-de-tak zegt hij spontaan: ‘Weet u trouwens dat hier in Knokke de meeste Porsche Cayennes van gans Europa rijden? En er zitten altijd vrouwen achter het stuur. Zij krijgen dan zo’n wagen cadeau van hun man, omdat die wellicht niet altijd even braaf is geweest.’ Hij zwijgt. Een kort weetje mag niet te lang duren.

Knokke en Lippens, kan het eigenlijk zonder elkaar?

‘Geen zorg, ik ga door tot ik 104 jaar oud ben. Dat getal bevalt mij. Als ik niet word herkozen, zullen mijn zoon of twee dochters het stokje níet overnemen. Ze hebben geen interesse. Ik raad het hun ook af, want de politiek kent steeds meer controles en complexe wetgeving. Maar ik kan nog een flinke poos vooruit. Ze hebben mij een nieuwe aorta gegeven, vier kleppen in het hart gerepareerd en ik leer elke week een nieuw gedicht van dertig strofen uit mijn hoofd om m’n geheugen te trainen. En als ik dan 104 ben, ga ik parachutespringen in de bergen, zodat ik kan landen op de sneeuw. Wel zo zacht. Ik zal me vermaken, net als ik nu doe. Ik heb namelijk de gave van verwondering. Ik reis graag, ik golf graag, ik ga wandelen met Myrtle, mijn laatst levende labrador. Ik heb huizen op Ibiza en in San Francisco, waar ik graag kom. Of ik ga jagen met uw koning, Willem-Alexander. Dat hebben we onlangs nog gedaan. Waarop we jagen?’ Hij lacht als een opa die zijn kleinzoon opvoedt. ‘Dames natuurlijk.’ Dan weer als charmante burgervader:

‘U schrijft toch wel op dat dit een grapje was?’

HOLLANDSE APARTHEID

Terug naar de boulevard. Het is einde middag en de mensen flaneren in Knokkeuniform langs de strandtenten. Vroeger was het Albertplein het openluchttheater van zien en gezien worden, vandaar de bijnaam Place m’as tu vu. Maar dat theater wordt steeds minder goed bezocht. Borrelen gebeurt op het strand. Een rondje langs de toiletjuffrouw, de barman en de passerende politieagenten leert dat de Nederlanders die hier een tweede verblijf hebben (zie kader ‘Petit Paris’) of op bezoek komen zich welopgevoed gedragen. Geen wanklank te horen. Totdat we in een kunstgalerie de Vlaamse schrijver Hugo Camps tegen het lijf lopen. Een eerlijke Camps: ‘Knokke is een door de Hollanders bezette stad. Ze zitten hier overal. Ik heb ooit meegemaakt dat ik op het terras eerst Bram Moszkowicz met zijn deerne zag, een kwartier later Piet Doedens met vrouw en hond en weer een kwartier later Theo Hiddema. Het is de betere inkomensklasse, maar als u het mij vraagt wordt het een beetje te veel.’ Onze luidruchtigheid is een bekend pijnpunt. ‘Als je in een restaurant op 20 meter van een Nederlandse tafel zit, dan hoor je alles. Ze schreeuwen hun leven uit. Het is overigens wel komisch hoe Tilburgers en Bredanaren elkaar hier ontlopen. Tilburg ligt op het strand aan de ene kant van het casino en Breda aan de andere kant. Wij noemen dat Hollandse apartheid in Knokke.’

Guy Pieters, eigenaar van de galerie en de bekendste kunsthandelaar van België, loopt langs. Camps neemt de introductie voor zijn rekening. ‘Pieters is de begaafde zakenman die begreep dat er met kunst geld te verdienen is. En hij is een reus in het sociale verkeer. Hij bespeelt de hotemetoot als een jazzpianist. Een zeer slimme man die geen geschenkjes aan zigeuners geeft, maar altijd het betere cliënteel heeft gehad.’ Pieters steekt zijn gebroken hand uit. ‘Sorry, gestruikeld in Saint-Tropez.’ Beleefdheid troef, want voor onze handdruk wikkelt hij zijn plastieken brace af. Kunst is een belangrijke pijler waar Knokke op rust en Pieters is onze gids die dat in één zin bevestigt.

‘De rijkdom aan galeries heeft een lokaal museum overbodig gemaakt. Het zit in het bloed van de Vlamingen om niet alleen kunst te kijken, maar ook te verzamelen. Het aanbod is daardoor zeer breed; er is voor ieder wat wils. Daarbij is ons klimaat niet zo zonnig als Spanje, Frankrijk of Italië, zodat mensen vaker gaan wandelen, golfen of kunstgaleries bezoeken.’

VERTELKUNST

Pieters heeft geen kunstopleiding gehad, maar rolde door stomtoevallige ontmoetingen in het wereldje en werd een handelaar die jaarlijks een omzet van 30 à 40 miljoen euro draait. Hij werkt nauw samen met grote Vlaamse kunstenaars als Jan Fabre en Koen Vanmechelen, ‘die deze dagen de harten van het Louvre, de Hermitage en de Biënnale van Venetië veroveren’. In zijn depot liggen werken van onder anderen René Magritte, Karel Appel, Damien Hirst en Andy Warhol. ‘Ik heb Warhol goed gekend. Midden jaren tachtig heb ik hem in New York bezocht. Hij was bezig een tentoonstelling te maken voor mijn galerie hier in Knokke, maar na een kleine operatie aan zijn lies is hij aan een embolie overleden.’ Zijn anekdote eindigt droevig, maar met eenzelfde gemak als burgemeester Lippens springt hij over op een vrolijker verhaal. ‘Kent u Yves Montand, de bekendste acteur van Frankrijk? Hij woonde in Saint-Paul-de-Vence en daar had ik ook een galerie. Montand mocht niet meer drinken van zijn vrouw, want dat was slecht voor zijn gezondheid. Maar zijn vrouw mocht niets zeggen als hij een glas rode wijn kreeg aangeboden, want dat was onbeleefd.

Dus stond hij ’s morgens al op het pleintje tegen de boom en riep dan: “Guy, zullen we een partijtje petanque spelen?” Waarop ik knikte en antwoordde dat ik hem dan een glaasje rood zou inschenken. Dat concept werkte uitstekend.’ Het heeft allicht weinig met Knokke te maken, behalve dat een Vlaams gastheer zijn bezoek op roemrijke verhalen trakteert. Vertelkunst is ook erfgoed.

De boulevard swingt inmiddels op de stampende beats van gladgekamde dj’s. Vanavond is de Nacht van het Zoute, een exclusief straatfeest met modeshows en champagneborrels. Uiteindelijk danst iedereen op het Albertplein. Bewoners dragen hun duurste sieraden, maar aan het uniform verandert weinig. Die trui over de schouders kan hartstikke handig zijn als het koud wordt.

Er loopt één opvallend pak tussen: ruitjes. Dat moet wel Eduard Schaepman zijn. C’est juste.

Schaepman proost met zijn Gooise vrienden Donald Dinkelaar en Patrick Lommers. ‘Op Ome Ko!’ Lommers speelt graag horeca- Monopoly en bezit na onder meer Moeke Spijkstra en ’t Bonte Paard nu ook Ome Ko in Muiden. Vanmiddag is de koop afgerond en dat mag gevierd. Het is nog even wachten op die andere horecavriend, Won Yip. Schaepman, altijd aanspreekbaar, heeft hier een huis en een klassieke strandcabine, die hij ‘Schaepekotje’ heeft genoemd. ‘In Nederland hebben we Blaricum als reservaat, in België hebben ze Knokke. Het is de enige badplaats in de wereld waar mannen ook tot hun recht komen. Je kunt hier namelijk niet tien uur op het strand liggen, daar is het klimaat niet naar. Dus je gaat eerst sporten, dan uitgebreid lunchen, twee uurtjes naar het strand en daarna kun je nog langs de winkels lopen.’ Volgens Schaepman kan Knokke zomaar het Saint-Tropez van de toekomst worden. ‘Nu nog niet. Hier zijn geen excentrieke feestjes als in Le Club 55 of Bagatelle en de zomerzon is te zwak, daarom blijven de Russen nog weg. Maar over twintig jaar zijn de temperaturen misschien wel zodanig dat ’s werelds rijksten zich hier graag laten zien. Je kunt in Knokke al net zo duur lunchen en de grandeur is voelbaar.’ Intussen bestelt hij nog een rondje bier. ‘Maar je kunt hier ook gewoon met je kind een kuil graven op het strand. Als je dat in Saint-Tropez doet, staat iedereen je glazig aan te kijken: wat is dit?’

SIERADEN

Deftige buurtfeest wordt vrijer. De bewoners dansen Het alsof de lijm onder hun schoenen langzaam loslaat. Het mag vanavond iets wilder. Won Yip komt net op tijd aangelopen. ‘Ik kom liever hier dan op Ibiza, dat is zo commercieel geworden. Hier is het chiquer, bourgondischer.

Ik kan een fles champagne opentrekken bij de scher. lunch omdat ik daar zin in heb, niet omdat ik jarig ben. De mensen doen hun best om er mooi en elegant uit te zien, zoals ook de winkels en het strand verzorgd en schoon zijn. In Amsterdam krijgen we de bierfiets nog niet eens weg en verschijnen overal Nutella-shops. Dat is hier ondenkbaar. We weten wie Knokke groot heeft gemaakt. Burgemeester Lippens, een excentrieke man. Maar kijk eens om je heen: Knokke is een hoogwaardig, hartstikke mooi stadje. Het leven is hier goed.’

Het wordt later, nog later, en uiteindelijk is het nacht. Op de catwalk staan de bewoners en bezoekers te hossen op Les Lacs du Connemara, ook wel bekend als ‘het zakdoeklied’. Wie het hoort, moet meezwaaien. De felgroene laserlampen schijnen als moderne vuurtorens over de Noordzee. Oude liefdeskoppels, met al hun sieraden om én een trui aan, stappen met een fles wijn het strand op voor een romantische wandeling langs de golven. Misschien, heel misschien, heeft een onhandige strandjutter als De Pannemaeker – wij mogen Willy zeggen – morgen meer geluk. ■

Petit Paris

Knokke wordt wel liefkozend ‘Petit Paris’ genoemd. Sinds jaar en dag spoelt hier de beau monde van de Benelux aan, onder wie ook bekenden van Quote. Wim van der Leegte bezit er een riant penthouse met uitzicht op zee, maar legt ook nog nuchter zijn handdoek op het strand. Ook Marcel van Gelderen heeft er een tweede verblijf, evenals Raymond Cloosterman, Marcel van Poecke, Eduard Schaepman en de familie Brenninkmeijer. En laten we sterrenkok Sergio Herman niet vergeten. Vroeger zat ook Roger Lips regelmatig in zijn villa, maar sinds hij naar Dubai vertrok is hij hier niet meer gesignaleerd. Gelukkig wonen er ook nog Belgen. Baron Albert Frère bijvoorbeeld, de op een na rijkste man van België, en medegefortuneerden Paul Gheysens en Luc Tack. En kunstenares Delphine Boël, de ‘bastaarddochter’ van koning Albert.

Zij worden echter ook al belaagd vanuit Frankrijk. Reden: de rijkentaks van de vorige president, François Hollande.

[TEKST ONNO DEN HOLLANDER BEELD MARK HORN]