|
Knokse vastgoedmarkt blijft gezond.
De voorbije weken is veel geschreven over overwaardering van de woningenmarkt in België. Aanleiding was o.a. een vergelijking tussen Europese landen in het gezaghebbende weekblad The Economist. Ook de notarisbarometer van de Vlaamse notarissen wijst op een dalend aantal transacties en tegenvallende prijzen in het eerste kwartaal van 2012. Vandaar opnieuw speculatie dat de hausse in de vastgoedprijzen, die nu al sinds de jaren tachtig duurt, op haar laatste benen loopt. De evolutie van het beschikbare inkomen houdt geen gelijke tred met de stijging van de woningprijzen en de kredietpolitiek van de banken wordt restrictiever voor hypotheken op zeer lange duur, of voor dossiers met weinig of geen eigen inbreng door de kopers. In 2014 worden de gewesten verantwoordelijk voor de fiscale woonstimuli en de verwachting is dat die minder royaal worden. Dit zou het omslagpunt kunnen zijn.
Nu kan die vrees wel steek houden voor de gezinswoningenmarkt in Vlaanderen. Wij denken niet dat dezelfde logica geldt voor de tweede verblijvenmarkt in Knokke. De fiscale woonstimuli hebben er nooit een belangrijke rol gespeeld bij koopbeslissingen. De fiscale impact van tweede verblijven is voor de meeste mensen negatief. Er geldt geen woonbonus, men verliest de verhoogde aftrek en geniet enkel de gewone intrestaftrek. De prijzen van tweede verblijven hoeven niet gelijk te lopen met de aflossingscapaciteit van de gezinnen, omdat de geldmiddelen voor een aankoop meestal niet uit maandlonen komen maar uit beschikbaar vermogen. De prijsstijgingen zijn de voorbije jaren reeds gestagneerd tot een redelijk en houdbaar niveau, waarbij er in bepaalde segmenten meer en andere enkel nog bescheiden prijsstijgingen zijn. Gemiddeld 3 tot 8% over 2011. Het aanbod tweede verblijven op topliggingen zal altijd beperkt zijn, en de vraag blijft goed omdat de kopers van nu en de komende jaren de babyboom-generatie zijn. Er zijn er veel van, ze houden van Knokke en ze zijn relatief vermogend. Deze vermogenden hebben bovendien weinig betere alternatieven om in te beleggen dan residentieel vastgoed. Overheden en centrale banken bouwen hun schulden af door de spaarders te verarmen met lage intrestvoeten en hogere inflatie. Alle vastrentende beleggingen zijn zo een feitelijke verarming. De verwachting is dat deze politiek uit noodzaak nog vele jaren aangehouden wordt.
Anderzijds groeit het besef dat er aan de onderkant wel degelijk een vangnet onder de residentiële vastgoedmarkt is. De overheid zal er – gezien de scenario’s in andere Europese landen – steeds over waken dat de vastgoedprijzen op de woningmarkt niet abrupt dalen. Dalende vastgoedprijzen hebben een dubbel desastreus effect op de economie, nl. niet enkel op de belangrijke vastgoedsector zelf, maar ook omdat ze het consumentenvertrouwen zo zwaar aantasten.
|